|
Fertometer gebruiksaanwijzing |
Als een potplant niet goed groeit
en/of bloeit is een verkeerde bemesting
daarvan vaak de oorzaak. Vraagt u zich
af of u moet bijmesten of misschien
juist teveel mest heeft toegevoegd? De
Fertometer® maakt aan die onzekerheid
een eind!
Handleiding


Belangrijk
voor een goede meting:
- Om een betrouwbaar meetresultaat
te krijgen is het van groot belang
dat de potgrond overal nat is! Als
dat niet het geval is, geef dan
eerst water en wacht minstens 30
minuten voor u gaat meten. Een goed
idee is om uw planten 's
morgens water te geven en 's middags
te meten.
- Zorg ervoor dat de pen goed schoon
is als u gaat meten.
- De beste meetresultaten zijn te
behalen bij temperaturen van 18 tot
23º C.
- Het is belangrijk om de pen na het
meten goed schoon te maken en het
meetapparaat vervolgens droog op te bergen om
oxidatie te voorkomen. Als het
metaal van de pen dof is geworden
kunt u de pen voorzichtig met een
vochtige pannenspons
schoonmaken en met een zachte doek
afdrogen.
- Laat de Fertometer® na het meten
nooit in de pot staan!
Bij grotere potten zijn een aantal
metingen op verschillende plaatsen in de
pot of kuip aan te raden.
Drie tot vijf metingen geven zo een goed
beeld van de totale hoeveelheid
aanwezige voedingstoffen.
Het is verstandig om de plant in het
voorjaar van nieuwe potgrond te voorzien
of te verpotten in een grotere kuip.
Oude potgrond verzamelt geleidelijk
allerhande zouten (herkenbaar aan een
witte aanslag op de rand van de pot)
waardoor de plant na verloop van tijd
verzilt, gele bladeren krijgt en niet
meer groeit.
De Fertometer® werkt op een 9V
blokbatterij type 6LR61 (niet
meegeleverd). Om de batterij te testen
drukt u op de knop. Het gele lampje moet
gaan branden. Als dit niet het geval is
of als het weer uit gaat is de batterij
leeg.
De Fertometer® is niet geschikt voor
vloeistoffen.